Ambitie en werkelijkheid in de energiesector

Ambitie en werkelijkheid in de energiesectorDuurzame energie lijkt steeds meer het nieuwe toverwoord te worden. Steeds meer overheden, bedrijven en burgers zijn van mening dat onze energiebehoefte grote consequenties heeft voor ons leefmilieu. Om hier wat aan te veranderen is het maatschappelijke draagvlak om te verduurzamen steeds groter. Dit is onder meer terug te zien in de Europese Richtlijn met betrekking tot hernieuwbare (oftewel duurzame) energie. Hierin is de ambitieuze afspraak gemaakt dat de EU-landen in 2020 minimaal 14% van hun energie duurzaam produceren. Dat dit nog een hele klus wordt blijkt wel uit het feit dat in 2013 nog slechts 4% van de in Nederland geproduceerde energie onder de noemer ‘duurzaam’ viel.

De Nederlandse doelstellingen en het Energieakkoord

In eerste instantie had het kabinet Rutte-II de ambitie om in 2020 16% procent van alle energie duurzaam te produceren. Al snel bleek dat dit niet zou lukken, daarom werd deze doelstelling doorgeschoven naar 2023.

Om het maatschappelijke draagvlak voor deze ambitie (14% duurzame energie in 2020) te vergroten moest het kabinet in gesprek gaan met diverse organisaties en spelers uit het bedrijfsleven. Dit waren de besprekingen over het zogenaamde Energieakkoord. Op 6 september werd dit akkoord ook daadwerkelijk gesloten.

Het akkoord wordt betwist

Zoals meestal wanneer de overheid afspraken maakt met andere instanties moet er nog maar gekeken worden hoeveel een akkoord nu daadwerkelijk waard is. Direct na het tekenen van het akkoord waren er al van alle kanten kritische kanttekeningen. Zo stelde GroenLinks-kamerlid Bram van Ojik dat het akkoord niet meer was dan “een eerste stap”. De PVV was bij monde van Kamerlid Reinette Klever juist van mening dat het akkoord “vooral duur” uitpakt en de burgers van Nederland opzadelt met “energiebelasting”.

Ook de ondertekenaars roeren zich

Niet alleen Kamerleden waren niet onverdeeld enthousiast over het bereikte akkoord, steeds meer partijen die mee hadden onderhandeld kwamen ook met kritiek. Producenten van energie kregen al snel spijt van enkele afspraken. Zo werd afgesproken dat het hout dat wordt gebruikt om kolencentrales bij te stoken aan strenge milieueisen moet voldoen. Dit kost de energieleveranciers veel geld. De milieuorganisaties hebben in een reactie al laten weten dat wat hen betreft het Energieakkoord niet wordt aangepast.

De wetenschap en de rechterlijke macht hebben ook een mening

Naast het dure hout dat volgens het akkoord in kolencentrales moet worden gebruikt ontstonden er nog een aantal punten die een uitvoering van het akkoord moeilijk maakten. Zo kreeg de betrokken minister Henk Kamp (economische Zaken) al snel een brief van een aantal hoog aangeschreven wetenschappers die stelden dat het Energieakkoord veel te optimistisch van toon was. Met name de winmolenparken waarmee duurzame windenergie moet worden opgewekt zijn hoogstwaarschijnlijk in het onderhoud stukken duurder dan in eerste instantie werd gedacht. Naast tegenwind uit de wetenschappelijke hoek kreeg Kamp ook nog eens te maken met een uitspraak van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Deze toezichthouder stelde dat het sluiten van de kolencentrales in feite een kartelafspraak was. Om dit gedeelte van het Energieakkoord alsnog uit te kunnen voeren zijn de partijen die het akkoord sloten nog steeds bezig om te kijken hoe dit kan worden opgelost.

Ambitie en werkelijkheid in de energiesector
4 (80%) 1 stemmen